Alied van der Meer


ALS JE WIJDBEENS

Als je wijdbeens in het gras van de uiterwaarden van Deventer zit en je kijkt een beetje door je oogharen, zie je het: zo is het allemaal ooit bedoeld. En hier is het allemaal naast elkaar gezet. Auto's, treinen, boten, mensen, vliegtuigjes, bomen, kinderwagens, kleine honden, alles. Alles wat mogelijk is, staat hier, weliswaar in het klein, bij elkaar. Juist omdat het allemaal in een oogopslag te vangen is, ziet het er vriendelijk uit. Het is de wereld van het gouden boekje. De wereld van 'Wim is weg'. Thuis is thuis, papa is papa, stad is stad en gras is gras.

Toch was Wim weg. En eigenlijk kon dat niet. Je kon niet weg zijn in een wereld vol kleurig speelgoed. En dan nog wel op je verjaardag. En omdat het niet kon maakten ze er een spannend verhaal van. Met een zwaarbebrilde vader, die manhaftig het verhaal van zijn verdwenen zoon in de telefoon blaft, een zwaarlijvige commissaris van politie, en een moeder die met haar handen voor haar gezicht op een kaarsrechte stoel zit te huilen.
  Iedereen gaat zoeken in dat boekje. Overal zijn bundeltjes licht van solidaire medeburgers die na een radiobericht in alle vuilnisvaten van de straat gaan kijken.
  En natuurlijk komt Wim terug. Hij wordt samen met zijn fiets door studenten in het veld gevonden. Hij ligt achter een onnozel struikje te slapen.
  Op de een na laatste bladzijde zien we de vader als een halfgare clown in een paars shirt het tuinpad afrennen. Hij heeft er het hele boekje nog niet zo leuk uitgezien. Zelfs niet bij het verjaardagsontbijt, toen er nog niets aan de hand was en Wim gewoon braaf zijn melk opdronk. Maargoed. Wim is terug! Het dorp loopt uit. Alles is in orde. Vader en moeder bedanken de zwaarlijvige inspecteur van politie en kunnen op de bank gaan zitten. Wim ligt alweer in bed en droomt alsnog over het verre Spanje. Hij wilde gewoon net als elke andere sterveling buiten de gouden boekjes om, eens kijken hoe bang en hoe verdrietig vaders en moeders nou precies worden als je gekke dingen doet.

Verderop, ik weet het zeker, net iets buiten het plaatje van Wim zijn huis, stroomt een rivier, tuft een pont, dendert een trein, blaft een hond en zoeven auto's met gele lichtbundels door het midden van de stad. Op precies dezelfde manier als je hier in Deventer ziet, als je zittend in het gras door je oogharen kijkt. Deventer is een stad waar Wim weg is. Maar waar Wim 's avonds weer terugkeert. En heerlijk slaapt tussen de letterblokken.