|
Alied van der Meer
ALS JE WIJDBEENSAls je wijdbeens in het gras van de uiterwaarden van Deventer zit en je kijkt een beetje door je oogharen, zie je het: zo is het allemaal ooit bedoeld. En hier is het allemaal naast elkaar gezet. Auto's, treinen, boten, mensen, vliegtuigjes, bomen, kinderwagens, kleine honden, alles. Alles wat mogelijk is, staat hier, weliswaar in het klein, bij elkaar. Juist omdat het allemaal in een oogopslag te vangen is, ziet het er vriendelijk uit. Het is de wereld van het gouden boekje. De wereld van 'Wim is weg'. Thuis is thuis, papa is papa, stad is stad en gras is gras.
Toch was Wim weg. En eigenlijk kon dat niet. Je kon
niet weg zijn in een wereld vol kleurig speelgoed. En
dan nog wel op je verjaardag. En omdat het niet kon
maakten ze er een spannend verhaal van. Met een
zwaarbebrilde vader, die manhaftig het verhaal van
zijn verdwenen zoon in de telefoon blaft, een
zwaarlijvige commissaris van politie, en een moeder
die met haar handen voor haar gezicht op een
kaarsrechte stoel zit te huilen. Verderop, ik weet het zeker, net iets buiten het plaatje van Wim zijn huis, stroomt een rivier, tuft een pont, dendert een trein, blaft een hond en zoeven auto's met gele lichtbundels door het midden van de stad. Op precies dezelfde manier als je hier in Deventer ziet, als je zittend in het gras door je oogharen kijkt. Deventer is een stad waar Wim weg is. Maar waar Wim 's avonds weer terugkeert. En heerlijk slaapt tussen de letterblokken. |